De Derde

m'n git

<--terug

i: hij beeft, er is nog een derde. Zijn knieën rillen en hij kijkt met grote angstige ogen naar de buitenwereld. Hij neemt me soms terug, blowen in de dakkapel van de zolderkamer. Het zolderkamer zijn schip en het buiten vijandig. Iets om je tegen te verzetten. Het schip mooi aangekleed zo goed en zo kwaad als dat ging. De buitenwereld zit grappig genoeg vooral in zijn hoofd. Het is de abstractie van iets wat zich binnen in hem afspeelt.

r: Je lult, er is geen derde.

i: Zeker wel …

r: Goed de derde is er wel maar het is geen manifestatie van een stem in je hoofd. het is misschien een uitkomst van ons conflict maar het mist de intentie van jou en mij. dat wat jij de derde noemt is niet echt… iets.

i: De derde is een manifestatie van het kind, volgroeid genoeg om conflict waar te nemen en te voelen maar te jong om echt positie in te nemen. je vond laatst die boekjes terug je kunt hem erin terugzien. je gaat er naar terug… jij keek naar het water, hij keek naar het water.

r: Natuurlijk herinner ik me het water.

i: Het water was zwart en verontrustend kalm de weerspiegeling van de lantaarnpalen en de lampen van de woningen, de schaduw van de molen die er fysiek bovenuit torende maar ook door het water leek te snijden met een geweld gelijk aan het maaien van de wieken, de slag van de kolder en de kracht van de zaag.

r: Natuurlijk herinner ik me de molen snachts.

i: Met hetzelfde…

r: …met hetzelfde geweld als het maaien van de wieken tot de kracht van de zaag.

i: Beweer je niet dat je er naar terug gaat?

r: Het kind is zo ontastbaar, het is een spook dat me soms nog meeneemt. Het opereert niet met een logica of motivatie. Het slokt me op en brengt me terug.

i: Een gebrek aan intentie is niet het bewijs dat hij er niet is. Hij is nog steeds niet opgegroeid en verteld je dat zo nu en dan. Wanneer je geen stormen trotseert en de kalmte van het zwarte water je met ongemak kan overspoelen. ineengedoken turend naar het gele licht van de lantaarnpalen. je ziet het nogsteeds, soms savonds op je balkon. Het laat je niet los, het hypnotiseert je, je wil het ook niet los laten. het is hopeloos. het slaat dicht. het weigert al het contact met buiten. herinner je het alleen of voel je het ook echt weer? Alsof wanneer je het herbeleeft je ook echt weer op die plek bent. In de dakkapel kijkent naar het zwarte water?

r: Je lult, er is geen derde...